Einde aan wrede rebellie in Oeganda
De regering van Oeganda sloot op 26 augustus een staakt-het-vuren met de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) in het noorden van het land. De leiders van deze rebellen worden gezocht dor Internationaal Gerechtshof omdat ze 20.000 kinderen hebben ingezet in hun strijd en veel burgers hebben vermoord en verminkt. Het politieke programma van het LRA was summier: Oeganda regeren volgens de Tien Geboden. De oorsprong van het conflict ligt halverwege de jaren tachtig als het noorden van Oeganda - waar de voormalige presidenten Idi Amin, Milton Obote en Tito Okello vandaan kwamen - zijn invloed kwijtraakt door de opkomst van Yoweri Museveni. |

|
|
Uit het Archief
Noorden geeft strijd tegen Museveni niet op
Op 30 maart 1986 verklaarde de net aan de macht gekomen president Yoweri Museveni dat de burgeroorlog in Oeganda voorbij was. Maar in augustus voerden rebellen van de ontbonden legers van drie ex-presidenten aanvallen uit in het noorden. Daar vormden de Acholi de belangrijkste etnische groep. Het regeringsleger van Museveni, het Nationale Verzetsleger (NRA) bestond hoofdzakelijk uit Bantoes uit het zuiden. In 1987 schakelden regeringstroepen 5.000 rebellen uit van het ‘Bataljon van de Heilige Geest’ van de 27-jarige Alice Lakwena, een medicijnvrouw van de Acholi-stam, die naar Kenia vluchtte. Een groep volgelingen zette onder leiding van Joseph Kony de strijd voort. |
 |
| BINNENLANDSE VEILIGHEID |
 |
Offensief van rebellen
In de eerste maanden van 1996 voerden rebellen vanuit bases in Soedan aanvallen uit op steden in het noorden en op konvooien op de belangrijkste hoofdweg tussen het noorden en de hoofdstad Kampala. Daarbij vielen onder de burgerbevolking driehonderd doden.
|
 |
|
OFFENSIEF VERZETSLEGER VAN DE HEER |
 |
Amnestie aangeboden
Op 3 juni 1996 bood president Museveni amnestie aan de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) van Joseph Kony aan, dat volgens hem voor een groot deel was verslagen. Museveni zei dat de amnestie niet gold voor de leiders van de rebellen. |
 |
|
|
 |
Harde aanpak rebellen zonder resultaat
In juli 1998 bleek dat ondanks de inzet van meer legereenheden en het verhogen van het defensiebudget Museveni er niet in slaagde een einde te maken aan verschillende rebellenbewegingen, waarvan de LRA voor de meeste onrust zorgde. Volgens Amnesty International waren door het geweld 400.000 mensen op de vlucht en hadden de rebellen 12.000 mensen ontvoerd, het merendeel schoolkinderen. |
 |
|
|
 |
Geweld en amnestie
In augustus 1998 kwam er een Oegandese wet die rebellen als terrorist kwalificeerde, waardoor politie en leger meer mogelijkheden kregen om vermeende rebellen op te pakken en vast te houden. In september verwierp het parlement, conform de wens van Museveni, een oproep tot een staakt-het-vuren, maar in december 1999 nam het parlement wel een amnestiewet aan in de hoop dat dit een vredesbesprekingen dichterbij zou brengen. |
 |
| AMNESTIE VOOR REBELLEN IN PLAATS VAN GEWELD |
 |
Poging tot vrede mislukt
In april 2003 zei het leger dat een staakt-het-vuren dat het leger zes weken had aangehouden was mislukt, omdat de rebellen in die periode 64 mensen hadden vermoord en 192 ontvoerd. Daarom zou de strijd tegen de rebellen weer worden opgevoerd. |
 |
|
VREDESONDERHANDELINGEN MET LRA MISLUKT |
 |
Kinderen misbruikt
De Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zei in maart 2003 dat de rebellen van het Verzetsleger van de Heer (LRA) in 2002 zo'n vijfduizend kinderen hadden ontvoerd. De gekidnapte jongens werden tot verzetsstrijders opgeleid en gedwongen tot aanvallen op hun eigen dorpen, waarbij de bevolking werd verdreven en huizen werden platgebrand. De meisjes werden huishoudsters en seksslaven van de guerrillaleiders. |
 |
|
|
 |
|
Internationaal gerechtshof start onderzoek naar LRA
Op verzoek van de Oegandese regering begon het Internationaal gerechtshof in Den Haag in januari 2004 een gerechtelijk onderzoek naar de guerrillabeweging van Joseph Kony. In het conflict waren minstens 20.000 kinderen slachtoffer geworden van ontvoering, moord of inlijving in legers. De meeste LRA-soldaten waren tussen de elf en de vijftien jaar. |
 |
|
|
 |
Rebellen belangrijke slag toegebracht
In juli 2004 boekte het Oegandese leger overwinningen op de rebellen waarbij ze die achtervolgden tot in Soedan. Kony ontsnapte echter, maar voerde in september weer aanvallen uit in het noorden van Oeganda. |
 |
|
|
 |
Internationaal arrestatiebevel tegen top LRA
Nadat begin oktober 2005 het Internationaal Strafhof (ICC) arrestatiebevelen had uitgevaardigd tegen Joseph Kony en andere leiders van het LRA, kreeg Oeganda van de Soedanese regering toestemming om de rebellen tot in Soedan te achtervolgen. Volgens sommigen genoot Kony de bescherming van het Soedanese leger, maar Khartoum ontkende dat. |
 |
| SOEDAN GEEFT OEGANDA VRIJ SPEL BIJ JACHT OP LRA-REBELLEN |
 |
LRA wil onderhandelen
In januari 2006 bevestigde de onafhankelijke denktank International Crisis Group (ICG) dat Soedan nog steeds rebellen van Joseph Kony beschermde. Op 2 mei verklaarde Kony dat hij wilde onderhandelen. De vice-president van de regering van Zuid-Soedan Riek Machar zou optreden als bemiddelaar. Aanvankelijk sloot Museveni uit dat er met de LRA-leiders gepraat zou worden. |
 |
 |
| SOEDAN BESCHERMT VERZETSLEGER VAN DE HEER |
|
 |
September
Koningin Juliana schrijft Amerikaanse president
Op 21
september 1951 overhandigde de Nederlandse ambassadeur
te Washington, dr. J. R. van Royen, een persoonlijke brief
van koningin Juliana aan de Amerikaanse president Truman.
In haar brief pleitte Juliana voor een nieuw initiatief om
het internationale vluchtelingenprobleem aan te pakken. Dat
probleem noemde ze een ‘zieke plek in het lichaam der
mensheid’.

Speciale opleiding voor Belgische atoomtechnici
Op 1
september 1956 startte het Rijks Hoger Technisch Instituut voor Kernenergiebedrijven in Anderlecht, België. Daardoor was het niet meer nodig dat Belgische academici, na voltooiing van hun studie in België, voor een aanvullende ‘atoomopleiding’ naar het buitenland gingen. De nieuwe cursus voor ingenieurs die zich wilden specialiseren in de kernenergie duurde een jaar en had een Franse en een Nederlandse leergang.
Vietnamese vrijheidsstrijder Ho Tsji Minh overleden
Op 3
september 1969 overleed de Noord-Vietnamese president Ho Tsji Minh op 79-jarige leeftijd in Hanoi aan een hartaanval. Ho Tsji Minh had de onafhankelijkheidsstrijd geleid tegen de Fransen en had zichzelf in 1945 tot president uitgeroepen van de Democratische Republiek Vietnam en een communistisch bewind ingesteld. In de jaren twintig woonde hij in Frankrijk waar hij een van de oprichters was van de Communistische Partij.
Zuid-Limburg krijgt petrochemische raffinaderij
Op 18
september 1969 deelde de minister van Economische zaken, mr. L. de Block, de Tweede Kamer mee dat de regering meewerkte aan de vestiging van een petrochemische raffinaderij in Limburg. De installatie zou gebouwd worden door de NV Nederlandse Staatsmijnen en Shell Nederland NV. De totale kosten werden geschat op 350 miljoen gulden.
Senator Kennedy bezoekt dissidenten in Sovjet-Unie
De Amerikaanse senator Edward Kennedy bracht in september 1978 een bezoek aan de Sovjet-Unie. Op 9 september sprak hij meer dan twee uur sprak met staats- en partijleider Brezjnev. Maar hij ontmoette ook de bekende Russische dissident Andrej Sacharov en andere dissidenten.
|